28-03-08

Implementatie ongelijkheidsbeginsel ifv INTRAnationale conflictbestrijding

decoration

betoog : (extreem)rechts denken moet zich definitief afsplitsen van (sociaal-)darwinistisch denken

1. THEORIE

1.1 Rationalisme als Rode Draad voor het (extreem)rechtse denken
Doorheen de geschiedenis is het (extreem)rechtse denken geëvolueerd. Zo heeft zij de laatste 30 jaar een morele ontwikkeling gekend. De rode draad doorheen dde geschiedenis van het (extreem)rechtse denken is dat het steeds om een overdreven rationalistisch denken ging. Zo kwam men gemakkelijk uit bij een darwinistisch denken en een sociaal-darwinistisch denken. Een denken dat de wet der sterkste aanhangt en een denken dat zich bezighoudt met genetica : het verbeteren van de samenleving dmv op rationeel vlak genetisch-verantwoord beleid. Zo zou het bvb oliedom zijn om mentaal-gehandicapten met erfelijke aandoening te stimuleren om kinderen te hebben... bvb. Dit is een zeer zware last die de hele samenleving draagt. Een dergelijke hedendaagse problematiek waar ons gelijkheidsbeleid zich vandaag de dag NIET mee bezighoudt is bvb de grote mate (wetenschappelijk onderzocht!) van inteelt bij andersculturelen. Een rationeel leider dient rekening te houden met dit genetische aspect.

Maar zoals ik al zei : (extreem)rechts heeft doorheen de geschiedenis een evolutie in denken gehad. En dit is niet zo onbegrijpelijk : het is immers zo dat naarmate de 'beschaving' vordert we steeds meer kennis en wijsgerig kapitaal zijn gaan vatten. Dit leidt uiteraard tot een grotere rationele ingesteldheid. We verkrijgen alsmaar meer een hoger potentieel tot (extreem)rechts (overdadig rationeel) denken. Het feit dat we voor assimilatie pleiten is bvb een gevolg omdat we het morele aspect van het mens-zijn als niet te negeren feit zijn gaan beschouwen.

1.2 Nieuw breekpunt : wet der zwakste, plicht der sterkste
Nu zijn we echter op een breekpunt in de geschiedenis gekomen. Een breekpunt dat de wet der sterkste heeft omgezet in een wet der zwakste. Alles staat heden ten dage in dienst van de zwakkere - en dat is moreel gezien zeer lovenswaardig - maar rationeel gezien is dat gewoonweg een volledige ondergraving van de goede werking van een samenleving. De rechten van de zwakke zijn absoluut geworden, de plichten van de sterke zijn absoluut geworden. Voor we het weten zitten we in een onhandelbare situatie met een grote minderheid of zelfs meerderheid aan zwakken.

1.3 inconsequentie nieuwe breekpunt / sociaal-darwinisime
Met dit nieuwe breekpunt zal ook het rationele (extreem)rechtse denken bepaalde aspecten in haar denken moeten loslaten. Zo pleit ik er voor dat wij als (extreem)rechtsen definitief onze darwinistische opvatting over de mens laten vallen - ze is immers met de komst van de 'wet der zwakste' niet meer van tel. De 'wet der zwakste' kan of mag ook niet ongedaan worden - vermits zij behoort tot de moraliserende evolutie van de mens en morele ontwikkeling van de menselijke maatschappij. Dit breekpunt is een stap in de menselijke evolutie en vooruitgang die niet mag onderuit gehaald worden. Waarom mag deze niet onderuitgehaald worden? Omdat men anders blijft vastgeroest in de periodieke geschiedenisvorming van wederkerende oorlog en vrede.

Wij moeten niet meer denken in termen van 'wet der sterkste' en 'de sterkste legt de waarden en normen op aan de zwakkere'. Wij hanteren dit begrip nog steeds in verband met bvb de rechtstaat en de afstraffing van criminelen. En dat is dus inconsequent met dit nieuwe maatschappelijke breekpunt.

2. PRAKTIJK

2.1 Ongelijkheidsbeginsel als fundamenteel principe
Wat wij dienen te doen is duidelijk maken dat wij niet achter het gelijkheidsbeginsel staan. Ja, iedereen die zich volgens de normen van de samenleving gedraagt moet evenwaardig behandeld worden. Neen, niemand is gelijk : iederéén is anders, iedereen is uniek!
Zowel binnen de multi-etnische samenleving is iederéén anders omwille van bvb etnische verschillen - maar ook binnen élke etnische groep is iederéén anders. Enkel zijn de etnisch gebonden verschillen nu éénmaal duidelijker waarneembaar als de verschillen binnen één enkel etnische groep.

2.2 Ministerie van Ongelijkheidswetenschap
Ook moeten wij als overdadige rationalisten rekening houden met de aspecten eigen aan elk etnische groep. Wij dienen daarom te pleiten voor een ministerie van Ongelijkheidswetenschap, weliswaar met aandacht voor etnische verschillen. Aldus kunnen wij zoeken en bepalen volgens wetenschappelijk onderzoek wat nu nét de sterke én zwakke kwaliteiten zijn van élke etnische groep. Niemand zal ontkennen dat zwarten doorgaans motorisch intelligenter zijn als blanken (cfr. Onderzoek), en dat chinezen een hoger IQ hebben (cfr. Onderzoek), terwijl blauwogigen beter kunnen organiseren (cfr. recentelijk onderzoek), enzovoorts... Men moet hier niet afkeurend over doen, dit is puur rationeel observeren en denken.

2.3 Ongelijkheidswetenschap als fundament vrijheid van handelen
Ik pleit er dus voor dat men het rationalisme ten uitvoer brengt in het beleid om aldus elke mens, elk individu, het potentieel te geven te weten in welke richting hij of zij gaat moeten denken en handelen (zonder vrijheid van handelen op te geven) om het beste te maken van zijn of haar leven en er het meeste uit te halen. Om de slaagkansen binnen de maatschappij te optimaliseren. De Ongelijkheidswetenschap wordt aldus de vormingsbasis dat moet leiden naar een optimale vrijheid van handelen van het individu volgens de normen van de gezamenlijke volle Vlaamse gemeenschap en samenleving.

2.4 Ongelijkheidswetenschap als fundament van het economisch systeem
Het economisch leven zal aldus moeten toegespitst worden op deze nieuwe manier van denken. Zo zal elke 'soort' mens met zijn eigen 'soort' intelligentie (motorische, muzikale, wijsgerige, wiskundige, ... enz) kunnen toespitsen op een economie die NIET MEER etnisch gebonden is, maar net mensgebonden. Nu leven wij in een economie die gemaakt is door de blanken voor de blanken. In dit soort economie zullen blanken steeds de hogere klasse blijven uitmaken, en andere een lagere klasse. Echter moet men het klassedenken verwerpen met als ideologische reden dat een rationele mens er immers voor pleit dat élke mens evenwaardig behandeld dient te worden. Dat is een moreel besef dat we zijn gewaargeworden de laatste decennia, en aldus een niet te negeren aspect van het mens-zijn. Negatie van menselijke aspecten is immers irrationalisme van het menselijke denken.

2.5 Ongelijkheidswetenschap als EEN fundament van een vooruitstrevend schoolsysteem
Echter is is het zo dat men dan als individu moet wéten wat nu net je sterke en zwakke punten zijn. Welke richting van denken en handelen je nu nét genetisch toelaat om de beste resultaten te behalen. Hier moet het educatief systeem zich toespitsen. Gisteren verscheen er hieromtrent een interessant artikel in de krant dat in mijn ogen puur in deze (extreem)rechtse lijn ligt :
http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=L11GJ6JT (het gaat over een onderwijsinstelling waar rekening gehouden wordt met alle soorten intelligenties, zodat elke student zijn eigen persoonlijke sterke intelligenties ten volle ontwikkelen kan). Zo dienen scholen ingericht te worden in zulk een economisch systeem. Zowel schoolsysteem als economisch systeem moeten elkaar aanvullen.

2.6 Ongelijkheidswetenschap als fundament van een etnisch-kansenbeleid
Het gelijkekansenbeleid van links faalt. Dat was te verwachten. Men kan niet zorgen dat iedereen gelijk 'wordt' omdat ten eerste iedereen net uniek is, en ten tweede dit volgens links net positieve discriminatie en aldus ONgelijke behandeling benodigd. Met alle gevolgen vandien.
Maar waar ik hier voor pleit met het verhoogde rationalisme van (extreem)rechts en het genetische denken is dat men met dit denken net een beleid kan voeren dat er toe leidt dat de etnische klassen worden opgeheven! Immers : elk individu zal zijn eigen genetische kwaliteiten en etnisch gebonden kwaliteiten optimaal kunnen benutten. Aldus komen de verschillende beroepen met elkaar in contact.
Om een dom voorbeeld te geven : een zwarte specialist-staalwerker (motorische intelligentie) zal met een blanke aannemer (organisatorische intelligentie) samenwerken onder een aziatische ingenieur (wiskundige intelligentie) en een blanke architect en bruine binnenhuisarchitect. Bvb.
Dit huist in onze (extreem)rechtse geest die ons vertelt dat binnen de samenleving elke job van evengroot belang is en dus evenwaardig.

2.7 Ongelijkheidsdenken als fundament van het bestrijden van criminaliteit
Aldus komen de etnische minderheden en meerderheden met elkaar in contact op economische en educatieve wijze. Aldus zal dit ervoor zorgen dat de criminaliteit niet meer etnisch gebonden zal zijn. Zo zullen etnische groepen die een hogere motorische intelligentie beleven hun potentieel functioneel kunnen benutten binnen een de maatschappelijke educatie die motorische intelligentie benodigd. Zo worden kinderen van de straat gehouden en worden ze onderwezen op een vlak dat door de gehele samenleving als een evenwaardige (itt tot nu) taak wordt gevat. Elke job is evenwaardig want de mens komt tot het besef dat de mens zijn etnische afkomst en kwaliteiten van toevallige en willekeurige aard zijn. Men kan er niets aan doen wie men is, men kan er wel op voortbouwen.

3. ONZE OPDRACHT : Verwerping sociaal-darwinisme

Aldus maken wij ons los van de 'wet der sterkste' en het Darwinisme want die 'wet' is ENKEL gebonden omdat onze economische en educatieve manier van denken vandaag de dag irrationeel is geworden. We leven in een multi-etnische samenleving en die zal nooit verdwijnen : remigratie van het etnisch krapuul neemt niet weg dat we als rationalisten niet kunnen aanvaarden dat ook onschuldigen worden gedeporteerd; nét daarom pleiten wij trouwens voor assimilatie en remigratie bij mislukking van de assimilatie. De multi-etniciteit zal niet vergaan, en bvb zeker niet in het Brusselse of het Antwerspe.

Dit is de nieuwe lijn die (extreem)rechts zou moeten volgen : rationeel vooruitstrevend, en zonder het morele en emotionele aspect van de mens uit het oog te verliezen. Het etnisch Ongelijkheidsdenken erkennen als wetenschap en daarop inspelen en er aldus voordeel uithalen. De multi-etniciteit is geen reden voor slecht samenleven, wel de manier waarop we er nu mee omgaan.

Dit heet vooruitgang. Een vooruitgang die enkel kan bewerkstelligd worden door een (extreem)rechts rationalisme. Dit is de gezochte 'verruiming' van ons gedachtengoed. Dit is wat de zelfbenoemde 'progressieven' zal stimuleren aan onze zijde te strijden tegen het links-irrationalisme. Het raakvlak tussen ons kiezerspubliek en het andere kiezerspubliek is dat we immers allen in staat zijn tot logisch redeneren : tot rationeel denken!




13-01-07

Een voorproefje... (nu eerst de exaampjes)

decoration

Jean-Jacques Rousseau, de eerste die de Verlichting in vraag stelde schreef zijn 'Du contrat social ou principes du droit politique' in 1762. Hier volgt een stuk uit de inleiding van de naar het nederlands vertaalde versie in de reeks BOOM KLASSIEK. p.16-...

"Een Tweede beweging van Rousseau's gedachtegang is dat elke beschrijving van de samenlevingscultuur een impliciete laag aanwijst waarvan die cultuur de bewerking wil zijn. Die laag heet voor die cultuur en binnen die beschrijving 'de natuur'. Maar elke 'natuur' kan vervolgens weer beschreven worden als een culturele vormgeving van een 'diepere laag', die dan dus 'natuur' gaat heten. Door steeds verder gaande samenlevingen als 'cultuur' te bestempelen, gaat men steeds verder 'terug naar de natuur' zonder ooit bij een definitieve laag terecht te komen. Omgekeerd moet men aannemen dat, als elke cultuur zich moet laten gezeggen door een aantal gegevenheden, deze gegevenheden nooit helemaal zonder cultuuraspecten en derhalve ook nooit helemaal zonder menselijke stem zijn. Anders zouden ze niet normatief kunnen zijn. Hoewel Rousseau de natuurtoestand dus opvat als een tegenstelling tot de cultuur, gaat het hier steeds om een relatieve tegenstelling. 'relatief' betekent hier vooreerst dat de termen van de relatie elkaar niet uitsluiten, zoals dat het geval is in een 'privatieve' tegenstelling. Vervolgens betekent het dat de termen slechts in hun tegenstelling denkbaar zijn, en dat de tegenstelling niet ophefbaar is in een hogere synthese. Dat blijkt bij voorbeeld waar Rousseau in het Discours sur l'inégalité op het einde van het eerste deel zegt 'le tableau du véritable état de nature' te hebben beschreven, maar vervolgens duidelijk maakt dat de institutionele ongelijkheid van de cultuur enkel een ontzaglijke vergroting is van de natuurlijke ongelijkheid die er al was. Zij is dus niet de breuk met én de volstrekte tegenstelling tot het paradijs van de oorspronkelijke gelijkheid."

Ik moet hieruit concluderen, na hem zijn gelijk te geven, dat de Vlaamse cultuur niet meer bestaat, evenals de gelijkheid die het liberalisme tracht na te streven. Het is 'pervers' en ontoereikend om te spreken van een gelijkheid in de maatschappij zoals wij ze nu kennen. Deze is immers met het ontstaan van culturen vergaan, en een tweede keer na het vervallen van maatschappelijke harmonie, dat éénmalig is, vergaan. Het is ook onoverwogen om te spreken van een eigen cultuur en het behoud ervan als men het heeft over de huidige Vlaamse politiek. Spreken over cultuur is (maatschappelijk) verval, en het streven naar een cultuur die ons eigen is, is (maatschappelijk) verval.

Rousseau "er is buiten de cultuur geen instantie die de cultuur machtigt zichzelf als vooruitgang te bestempelen."

Rousseau noemt dit verval "een cultuur die zichzelf bij voorbaat tot vooruitgang uitroept"

Zulk verval is dus volgens Rousseau's vaststelling in feite een cultuur die haar 'natuurlijke' grondlaag waarop ze verder bouwt in feite ziet als iets dat te beheersen is, en niet als iets waar men geen macht over heeft. Of diepgaander, als iets waar over gedacht MOET worden, en waar men niet gewoon mee moet leven.

Rousseau : "Hoewel de cultuur dus altijde een zekere denaturering betekent, moet er ook een tijdlang in de 'wordende samenleving' een 'juist midden' hebben geheerst tussen zelfontwikkeling en eht luisteren naar de natuurlijke impulsen van zelfbehoud en natuurlijk mededogen"


Wij hebben onzen besten tijd dus gehad, als Vlaamse cultuur. En dat voelen we.
Het is volgens mij dus tijd voor een nieuwe samenleving. Een samenleving ontstaan uit verschillende culturen, die allen op zich, in Vlaanderen fictief zijn geworden of aan het worden zijn. Het multiculturalisme was het tegenwicht van het cultuurbehoud bij bepaalde cultuurgroepen. Beiden hebben gefaald. De mondialisering is de doodsteek voor elk traditioneel maatschappelijk systeem, of het nu dictatoriaal of democratisch is.

Als men nog ooit een 3de golf (de 1ste was bij het ontstaan van de cultuur, de 2de bij de cultuur vlak voor het verval) van maatschappelijke gelijkheid en maatschappelijke harmonie wilt bewerkstelligen, is het dus aangewezen af te stappen van maatschappelijk dictatoriale régimes, alsook af te stappen van maatschappelijk democratische regimes. Hier zijn verschillende oplossingen voor handen, maar slechts één lijkt me geschikt om in te lassen als efficiënt werkend kiessysteem voor deze maatschappijke bewerkstelling tussenin een tweede nu verlopen golf van maatschappelijke harmonie/gelijkheid en een derde golf (het doel an sich) van maatschappelijke harmonie/gelijkheid. Deze is de gemoderniseerde en geëmancipeerde versie van de Oude Griekse polis, omdat deze de enige is die gelijkheid kan creëren in een tijd waar nog nooit zoveel ongelijkheid is gezien, en dat is deze tijd, de tijd van de intrede van de globalisering en al haar kwalijke gevolgen...