03-04-08

Identiteit : Deel 3

Kritiek op het cultureel-links identarisme en het grootgrondgebiedelijk cultureel-rechts identarisme. Deze kritiek komt in DRIE delen.

decoration

Deel 1 : hier

Deel 2 : hier

Deel 3 : over de sterke collectieve staatsidentiteiten en hun positieve invloed op de ontwikkeling van het individu enerzijds en de maatschappelijke harmonie anderzijds

 

5. De sterke collectieve staatsidentiteiten moeten ten dienste staan van de verschillende levensgemeenschappen 

De levensgemeenschappen (één per kleinregionale staat) zijn pas levensvatbaar wanneer het gemeenschappelijk draagvlak wat betreft verwachtingen voor ALLE individuen binnen deze levensgemeenschap geldt. Dit wil zeggen dat elk individu in dusdanige identitaire toestand leeft dat deze kan verwachten hoe het andere individu uit dezelfde identitaire toestand zal reageren op bepaalde evenementen in het dagdagelijkse leven. De sterke collectieve staatsidentiteit staat aldus ten dienste van de levensgemeenschap in die zin dat zij de individuen er toe brengt vredevoller en constructiever met elkaar om te springen in het dagdagelijkse leven.     

  

5a. De sterke collectieve staatsidentiteiten moeten zich projecteren op de relaties tussen de individuen, en dus op het openbloeien van ‘het eigen ik’ van elk individu

Hoe sterker de collectieve staatsidentiteit, hoe sterker de relaties tussen de individuen tot uiting zullen komen in het maatschappelijke samenleven. Deze stelling haal ik uit het rationele besef dat individuen onder een sterke vorm van sociale of culturele cohesie veel diepere relaties ontwikkelen dan onder een zwakke vorm van sociale/culturele cohesie. De sterkte van deze sociale of culturele cohesie zal groter zijn naarmate de Europese kleinregionale volkse Staat over een grotere culturele soevereiniteit beschikken kan. Daarom pleit ik voor een volledige culturele soevereiniteit van de Europese lidstaten.

Hoe sterker dus de relaties tussen de individuen tot uiting komen, hoe meer deze individuen constructief met elkaar zullen interageren, discussiëren, handelen en samenleven. Aldus zou men moeten stellen dat de sterke collectieve staatsidentiteiten ten dienste staan van dit constructief ageren tussen de individuen onderling. Zij zullen m.a.w. meer en meer naar elkaar toegroeien naarmate ze via sterk-monoculturele aangelegenheden met elkaar in contact treden. Aldus zal de sterke collectieve monoculturele staatsidentiteit het openboeien van ‘het eigen ik’ van elk individu stimuleren. Deze stimulatie is te wijten aan het feit dat menselijke individuen ‘karakterieel en identitair openbloeien’ naarmate ze zich kunnen profileren in een bestaande orde van culturele regels, waarden en normen. Dit is in essentie waarom ik eerder heb gesteld dat identiteit slechts een middel is, en geen individueel gegeven waar éénieder zomaar recht op heeft. De sterke collectieve staatsidentiteit is m.a.w. NIET eigen aan het individu zelve, en dus niet individueel, maar louter een middel om dit individu zich te karakterieel en persoonsidentitair te laten gelden en ontplooien binnen de samenleving, waar dat deze ontplooiing louter mogelijk is dankzij de sterke collectieve staatsidentitaire regels, waarden en normen.

 

Photobucket

Aldus is het een logische conclusie dat de heersende monocultuur zal evolueren in functie van de karakteriële ontwikkelingen van de individuen die deze sterke collectieve staatsidentitaire cultuur zijn beginnen dragen. De cultuurevolutie en de instandhouding van de cultuur zal bijgevolg volledig gedragen worden door het bestaan van de individuen binnen deze cultuur zelve.

In een zwakke al dan niet collectieve cultuur, die bovendien nog eens onderworpen is aan de wereldmarkt en het globalisme, zou deze cultuur artificieel gevormd worden, buiten de wil van burgers om, via economische (bvb uitverkoop van eigen culturele instellingen) of beleidsvisionaire actoren (bvb een multiculturele of een GrootRijksdenkende elite aan de macht). In zulk een zwakke al dan niet collectieve cultuur zouden de burgers aldus ontvreemden van het Middel (de cultuur) dat hen bijeen zou moeten houden en hen naar elkaar toe zou moeten laten groeien. Het is dus fundamenteel dat slechts de individuen deze sterke collectieve staatsidentiteit moeten dragen en sturen, en net omwille van het feit dat dit slechts mogelijk is op kleine schaal hangt dit wederom samen met de kleinregionale identitaire en culturalistische staat. 

 

5b. De sterke collectieve staatsidentiteiten moeten zich vertonen in het harmonieus samenleven in de eigen onmiddellijke levensomgeving van elk individu

Photobucket

 

Vermits de menselijke relaties via de sterke collectieve staatsidentiteit sterker tot uiting zullen komen (voorgaande paragraaf) is het een logische conclusie dat dit zich moet voordoen binnen de onmiddellijke levensomgeving van elk individu. Dit is wederom enkel mogelijk binnen de kleinregionale staatssfeer, vermits enkel in de eigen kleine regio de eigen onmiddellijke levensomgeving zichzelf ontwikkelt op basis van menselijke interactie. Vermits de kleine regio met de sterke identiteit garandeert dat het intercultureel conflict onbestaande is zou dit moeten leiden tot een harmonieus samenleven van de individuen binnen de eigen onmiddellijke levensomgeving. Doet er zich echter een conflict voor binnen deze eigen onmiddellijke levensomgeving zal dit tenminste niet een maatschappelijk conflict zijn of verworden, vermits het louter niet om een intercultureel maar louter intermenselijk conflict zou gaan. Dit is conflictbestrijdend politiek denken, gebaseerd op de rationele waarneming wat de mens nu werkelijk is. De uiteindelijke doelstelling en eindmeet van zulk een territoriaal denken dat een grootgrondgebiedelijke confederatie vol van miniscule cultureel-soevereine deelstaten aanhangt is dat het separatisme pas eindigen kan, mag en zal, daar waar het harmonieuze samenleven is bewerkstelligd. Dit is een theorie die het separatistisch gedachtengoed, het vrijheidsstrevende onafhankelijkheidsdenken en het volksnationalistisch en rechts-culturalistisch gedachtengoed stuurt naar een aantrekkelijk, visionair en positivistisch (maatschappelijke harmonie) toekomstideaal.

 

31-03-08

Identiteit : Deel 1

Kritiek op het cultureel-links identarisme en het grootgrondgebiedelijk cultureel-rechts identarisme. Deze kritiek komt in DRIE delen.

decoration

Deel 1 : over identiteitseffecten en mensenrechten

Deel 2 : hier
Deel 3 : hier 

irak verspreiding identiteit

Mensen zijn de dragers van wat ze noemen ‘hun’ identiteit en ‘hun’ cultuur. Eigenlijk zijn mensen veeleer de dragers van een kennisoverdracht, en deze kennisoverdracht noemt men ‘identiteit’ en ‘cultuur’. Deze kennis is gebonden aan zowel de tijd, plaats als leefmilieu. Het komt erop neer dat een bepaalde cultuur of cultuurvorm slecht goed kan gedijen onder bepaalde condities (geografische, klimatologische, geopolitieke, technologische, enz…). Men zal steeds zien dat mensen zich cultureel zullen groeperen in wat ik noem ‘culturele kuddes’, en dat deze kuddes overtuigd zijn van hun eigen grote gelijk omtrent de beste manier om een samenleving te ordenen en organiseren. Echter kan er slechts maar één bepaalde cultuur of cultuurvorm gedijen onder plaatsspecifieke conditities, en dat is nu eenmaal de best aangepaste vorm (met name de autochtone cultuurvorm). Het is dus juist te concluderen dat vele waarnemingen uit het dagelijkse leven bewijzen dat culturele kuddes streven naar overheersing, verspreiding van de eigen cultuur of tenminste streven naar het behoud van de eigen cultuur (in omgevingen die daar totaal niet opportuun voor zijn). Ook cultureel behoud is een vorm van streven naar verspreiding van de eigen cultuur, dit gebeurt o.a. via het onderwijs en de opvoeding van de kinderen in de eigen culturele kudde (de etnische gemeenschap).

Waar culturele onthechting in werking treedt zal een reactionaire, culturalistische en identitaire tegenbeweging in de plaats komen. Dit komt omdat cultuur en identiteit nu eenmaal het mortsel tussen de bakstenen (individuen) is van het gebouw (samenleving) dat we samen opbouwen. Haal dit mortsel weg, en het gebouw zal instorten – de culturele onthechting laat zich nu reeds merken door een teloorgang van het samen-leven (het monoculturalisme) en een opkomst van het naast-elkaar-leven (het multiculturalisme). Aldus zijn culturen en identiteiten realiteiten die noch te bestrijden, noch te negeren vallen.

european expansion

Indien u zich wat verdiept in de ‘Euromediterrane afspraken’ en in het ‘Verdrag van Barcelona’ zal u weten dat de Europese Unie er via massa-immigratie erop uit is deze volkse en Europese identiteiten – die dus niet te bestrijden, noch te negeren vallen – te bestrijden via het voorbereiden van massa-immigratie uit mediterrane staten (Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, Palestijnse Autoriteit, Syrië, Tunesië en Turkije) – dit in functie van het verdrijven van het nationalisme en het creëren van een ‘Europees Rijksnationalisme’ (een Europese identiteit). Aldus heb ik hier beargumenteerd dat dit cultureel-linkse beleid van de Europese Unie volledig is gebaseerd op de negatie van het belang van plaatselijke cultuur en identiteit op het vlak van kleinregionale sociale cohesie en de kleinregionale SAMENleving.

 -

1. Identiteit of cultuur zijn slechts een middel, geen individueel kenmerk

Identiteit of cultuur is slechts een middel om met anderen gemakkelijker te kunnen communiceren, om te kunnen leven binnen een bepaald leefstelsel waar men het gedrag, de handelingen en communicatiemethoden van degenen waarmee men leven moet te verachten zijn. Zonder deze garantie van te verwachten gedragingen, handelingen en communicatiemethoden zou men steeds in angst, misverstanden en conflicten terechtkomen.

Vandaag de dag hoor je echter vele cultureel-linksen pleiten voor het behoud van de identiteit van immigranten. Ook hoor je veel cultureel-rechtsen pleiten voor het behoud van de eigen autochtone identiteit. Wij ‘zouden daar als mens recht op hebben’… inderdaad, identiteit wordt ervaren als een mensenrecht.

Photobucket

Het ligt anders. Identiteit is immers iets anders als ‘het recht te kunnen leven zoals men wil leven’. Echter is ‘het recht te kunnen leven zoals men leven wil’ een fundamenteel mensenrecht, want deze wil is individueel gegeven. Echter zien we dat vaak vele (culturele en identitaire) kuddes van mensen kiezen voor een bepaalde manier van leven en hierover overeenkomen, maar dat deze (culturele en identitaire) kuddes steeds leven in hetzelfde systeem als andere (culturele en identitaire) kuddes waarbij elk individu ook gezamenlijk met zijn kudde opkomt voor een andere manier van samenleven. Dit impliceert dat stellen dat ‘identiteit een mensenrecht is’ conflict zou stimuleren. Vermits men heden ten dage ‘recht op identiteit en cultuur’ nog niet los kan zien van ‘het recht op het kunnen leven zoals de beperkte kudde leven wil’ zal ik deze twee ‘rechten’ trachten te ontleden en definiëren zodat men het ‘recht op identiteit en cultuur’ kan schrappen van het lijstje van UNIVERSELE mensenrechten.

Identiteit is aldus een kuddegegeven dat in grootste mate wordt meegegeven via het milieu, de tijd en de plaats waarin men opgroeit en wordt onderwezen en opgevoed, en in minieme mate genetisch wordt doorgegeven door culturele geschiedkundige factoren op lange termijn. Identiteit heeft aldus allesbehalve te maken met het individu, maar alles met het collectieve. Vermits mensenrechten echter gebaseerd zijn op de rechten van elk levend individu/persoon kan men het recht op identiteit aldus niet erkennen. Identiteit heeft niets met de persoon/de persoonlijkheid van het individu te maken – maar alles met de manier waarop hij of zij als jong onschuldig en onbeschreven blad beschreven is geweest door het milieu, de tijd en de plaats waarin hij of zij is opgegroeid. Wil men mensen leren kennen zoals ze zijn – met name hun persoonlijkheid, en niet hun personnage/rol die ze hebben leren spelen – moet men trachten het obstakel/conflict van de culturele identiteitsverschillen te verkleinen, en identiteitsbehoud bij inwijking/immigratie dus niet te erkennen als mensenrecht. Enkel via het leren kennen van de persoon(lijkheid) – en niet het culturele personnage/rol – zal de platvloerse doch instinctief-verantwoorde xenofobe realiteit pas écht verdwijnen (ik zie rechts cultuurprotectionisme los van platvloerse doch louter instinctief verantwoorde xenofobie). Dit is de enige weg naar het SAMENleven, maar tegelijkertijd een kritiek op cultureel-links (die uit kennisdrang naar culturen de culturele identiteiten voor het eigen gemak tracht te leren kennen via het multiculturalisme en via het opengrenzenbeleid) en een kritiek op cultureel-rechts (die uit protectionisme en instinctieve logica de eigen identiteit vooropstelt).

Photobucket

Neen, identiteit is slechts een middel dat moet leiden tot het doel van ‘beter samenleven’ (een doel dat cultureel-linksen en cultureel-rechtsen weldegelijk gemeen hebben). Identiteit en cultuur is dé manier om het volk onder bepaalde omstandigheden, in een bepaalde tijdsgeest en op een bepaalde kleinregionale geografische plek – waar ze telkens weer door beïnvloed worden (de mens als wereldlijk wezen) – creatief bezig te laten zijn, te laten inspireren, maar vooral elkaar te laten begrijpen en elkaars gedragingen en handelingen te laten verwachten zodat het levensgemeenschappelijk conflict wordt verkleind en de levensgemeenschappelijke harmonie wordt gestimuleerd.

 

1a. Recht op identiteit en cultuur – ontleding :

Dit recht wordt als evident aanschouwd omwille van het feit dat cultuur en identiteit en cultuur ‘deel zijn geworden van de inwijkende PERSOON’ (eigenlijk is identiteit en cultuur dus slechts een middel en slechts een versymbolisering van de maatschappelijke persoonlijkheid/rol die men heeft leren spelen).

Men vergeet hier echter bij dat dit recht toepassen (en dat is wat nu gebeurd via het cultureel-linkse opengrenzen-beleid, volgens de Europese Rijksgedachte via de centraliserende EU) zou resulteren in een (potentieel) verdwijnen of toch tenminste beïnvloeden van de identiteit en cultuur van de autochtone kudde binnen het grondgebied waar de inwijkeling zich komt vestigen. Aldus bekomt men een paradoxaal gegeven bij het implementeren van dit recht : dit recht implementeren ifv één culturele deelbevolking/kudde zou resulteren in een schending van hetzelfde recht bij de andere kudde. Dit recht is m.a.w. zelfdestructief. Dit heeft er alles mee te maken dat het Recht op identiteit en cultuur een collectivistisch gelijkheidsrecht is, en geen individueel ongelijkheidsrecht. 

Een voorbeeld hiervan is dat men heden ten dage in vele Europese steden waar men cultureel de neutraliteit in het onthaal van stadsbesturen garandeerde, deze cultureel opgebouwde neutraliteit verdwijnt ten gunste van de islamitische cultuur.

Photobucket

1b. Recht op het kunnen leven zoals men leven wil – ontleding :

Vermits identiteiten aldus steeds streven naar overheersing en verspreiding moet men concluderen dat identiteiten en culturen van huidige etnische deelbevolkingen/kuddes in het grootgrondgebied steeds in conflict zullen zijn met de andere etnische deelbevolkingen/kuddes, indien deze zich in hetzelfde statelijk grondgebied bevinden.

Doch heeft men recht op deze ‘drang naar overheersing en verspreiding van de eigen identiteit en cultuur’, hoewel dit recht net niet als evident wordt beschouwd (in tegenstelling tot het vorige besproken ‘recht op identiteit en cultuur’ dat wel maar verkeerdelijk als evident wordt beschouwd).

De reden waarom dit ‘recht op het kunnen leven zoals men leven wil’ niet als evident aanschouwd wordt is omdat men denkt in termen van een Europese Federatie (die dus verkeerdelijk ‘confederatie’ wordt genoemd : EU) die aan het centraliseren is en de culturele soevereiniteiten van de deelstaten aan het bestrijden is in functie van het dogmatische multiculturele geloofsideaal dat op geen énkele rationele redenering berust. Deze Europese federatie is een denken dat streeft naar een groot grootgrondgebied met één gezamenlijke identiteit die zou moeten voortkomen uit een zogenaamd ‘vreedzaam samengaan van een diversiteit aan culturen en identiteiten’. Dit een toekomstideaal dat nooit plaatsvinden zal, onder meer net door het reeds vermelde feit dat culturen en identiteiten nu eenmaal streven naar overheersing en verspreiding, en allesbehalve tot overgave aan een zogenaamde utopische ‘smeltkroes van culturen’ bereid zijn.

De reden waarom dit ‘recht op het kunnen leven zoals men leven wil’ dus niet als evident wordt aanschouwd is dat men een foutief en volstrekt onrealistisch Europese toekomstvisie aanhangt. 

Photobucket

Het komt er dus op neer zich zo goed mogelijk in te leven in een geloofwaardig en historisch-logisch toekomstbeeld voor ons huidige Europa willen we deze ‘evidentie van het recht op het kunnen leven zoals men leven wil’ kunnen begrijpen en vatten. Zo moet men middels de wetenschap van de eigenschap dat ‘culturen en identiteiten steeds streven zullen naar overheersing en verspreiding’ concluderen dat het misschien beter is de Europese staatsstructuur te veranderen, in plaats van geloofsmatig en surreëel trachten deze eigenschap te willen verwijderen uit het typisch-menselijke handelen. Een mens is een mens en valt niet te veranderen in zijn streven naar de overheersing van de ‘door het individu gedragen eigen cultuur en identiteit’, maar een staatsstructuur valt zeker wel te veranderen vermits zij slechts een abstracte constructie of artificiële organisering is van het maatschappelijke leven. Indien het grootgrondgebied conflictgebonden deelkuddes bevat is doorgedreven separatisme niet alleen een plausibel antwoord, maar tevens een manier om een geheel nieuw politiek systeem te implementeren waar elke deelkudde zonder conflict en zonder (poging tot) toeëigening van grondgebied van de andere culturele kuddes in volledige politieke harmonie met zichzelve zou kunnen ijveren voor een cultureel-soevereine kleinregionale staat waar het cultureel en identitair conflict zou uitdeinen na verloop van tijd om uiteindelijk te komen tot de Cultureel en Maatschappelijk Harmonische. Vermits dit ijveren naar het de harmonieuze maatschappij en het harmonieuze samenleven onderdeel uitmaakt van het ‘recht op het kunnen leven zoals men leven wil’ is dit ‘recht op het kunnen leven zoals men leven wil’ een evident recht, vermits dit recht een nieuwe denkpiste toelaat die niet is gebaseerd op de huidige Europese en surreële utopie/geloofskwestie van ‘een Europese grootgrondgebiedelijke identiteit die zou moeten voortkomen uit een smeltkroes van een diversiteit aan culturen en identiteiten’ maar gebaseerd is op het feit dat ‘culturen en identiteiten nu eenmaal en altijd streven zullen naar overheersing en verspreiding’ –  dit is rationalisme als drijfveer en maatschappelijke harmonie als streefdoel.

Deel 2 : hier
Deel 3 : hier