26-03-08

Bent u cultureel-rechts, cultureel-links of cultureel-schizofreen?

Bent u cultureel-rechts, cultureel-links of cultureel-schizofreen?

decoration

Nooit zal je mij horen praten over 'rechts' of 'links'. Je zal me steeds horen praten over 'cultureel-rechts', 'cultureel-links', 'cultureel-schizofreen', 'economisch-rechts' en 'economisch-links'. Dit omdat dit groepen zijn waar ik wetmatigdheden heb in ontdekt doorheen de jaren, en omdat elk partijpolitiek individu te plaatsen valt onder een cultureel-economische combinatie van deze groepindelingen. 

Voorlopig onderscheid ik de verschillende culturele indelingen waartoe het partijpolitiek individu behoort :  

De cultureel-rechtse groep :
- Voorstander van de grondgebiedelijke monocultuur,
- Voorstander culturele soevereiniteit van de natiestaat,
- Kan ethisch progressief of conservatief zijn (is wel veelal ethisch conservatief, maar niet noodzakelijk), deze breuklijn is immers een oude niet meer ter zake doende breuklijn die nog voortvloeit uit de strijd tegen de Verlichting
- Protectionistisch (protectionisme van eigen volk, eigen economie, eigen cultuur) ingesteld via het creëren van grenzen (grenzen in de vorm van een sterk integratiebeleid of sterk assimilatiebeleid, en in de vorm van een sterk twerkstellingsbeleid en moeilijk profitariaat van de immigranten ifv de sociale zekerheid). Het 'eigen volk eerst'-principe.
- Dit uit zich in individualistisch denken via ONgelijkheidsdenken en bvb 'het recht van het immigrerende individu op volledige assimilatie' (dit alles te wijten aan de idee van soevereiniteit van de eigen cultuur en de idee van de monocultuur)

De cultureel-linkse groep :

- Voorstander van de grondgebiedelijke multicultuur
- Voorstander van individuele culturele identiteitssoevereiniteit van elke burger
- Kan ethisch progressief of conservatief zijn (is wel veelal ethisch progressief, maar niet noodzakelijk), deze breuklijn is immers een oude niet meer ter zake doende breuklijn die nog voortvloeit uit de Verlichtingsstrijd tegen de Kerk.
- Open-grenzen-politiek = het tegenovergestelde van het (cultureel-rechtse) protectionistische beleid; de idee van de vrijheid van de identiteit van elke inwoner staat centraal, dit alles ten koste van de eigen economie, de eigen cultuur, de eigen sociale zekerheid. Een zwak integratie of geen integratiebeleid, een zwak tewerkstellingsbeleid en dus gemakkelijk profitariaat van immigranten. Het 'ander individu eerst'-principe of 'andere identiteit eerst'-principe.
- Dit uit zich in collectivistisch denken via gelijkheidsidealen en bvb 'het recht op vrijheid van religie' (dit alles te wijten aan de idee van vrijheid van de culturele identiteit van elke burger)

Volgende twee groepen die ik niet onder consequent-ideologische wetmatigdheden kan plaatsen noem ik de 'cultureel-schizofrene' groep
- 'Cultureel-rechtsen' die inhumane deportaties van onschuldige immigranten (= deportaties van gehele bevolkingen) beogen of 'cultureel-rechtsen' die streven naar de monocultuur op grootgrondgebied (en dus streven naar een unitaire identiteit op grootgrondgebied) plaats ik onder geen enkele van de twee categoriën vermits zij zich inlaten met een collectivistisch (het groepsdenken) denken (dat cultureel-links geöriënteerd is) én toch nog pleiten voor de idee van de (cultureel-rechts geöriënteerde) monocul.
- Cultureel-linksen die opengrenzenpolitiek combineren met druppels water op een hete plaat zoals de huidige correctiemaatregelen voor bvb een integratiegericht woningbeleid, plaats ik om dezelfde reden niet in één van de twee categoriën (zij hebben een neiging tot individualistisch denken, maar binnen het kader van een collectivistisch beleid). Een rasvoorbeeld is Marino Keulen.

13-01-07

Een voorproefje... (nu eerst de exaampjes)

decoration

Jean-Jacques Rousseau, de eerste die de Verlichting in vraag stelde schreef zijn 'Du contrat social ou principes du droit politique' in 1762. Hier volgt een stuk uit de inleiding van de naar het nederlands vertaalde versie in de reeks BOOM KLASSIEK. p.16-...

"Een Tweede beweging van Rousseau's gedachtegang is dat elke beschrijving van de samenlevingscultuur een impliciete laag aanwijst waarvan die cultuur de bewerking wil zijn. Die laag heet voor die cultuur en binnen die beschrijving 'de natuur'. Maar elke 'natuur' kan vervolgens weer beschreven worden als een culturele vormgeving van een 'diepere laag', die dan dus 'natuur' gaat heten. Door steeds verder gaande samenlevingen als 'cultuur' te bestempelen, gaat men steeds verder 'terug naar de natuur' zonder ooit bij een definitieve laag terecht te komen. Omgekeerd moet men aannemen dat, als elke cultuur zich moet laten gezeggen door een aantal gegevenheden, deze gegevenheden nooit helemaal zonder cultuuraspecten en derhalve ook nooit helemaal zonder menselijke stem zijn. Anders zouden ze niet normatief kunnen zijn. Hoewel Rousseau de natuurtoestand dus opvat als een tegenstelling tot de cultuur, gaat het hier steeds om een relatieve tegenstelling. 'relatief' betekent hier vooreerst dat de termen van de relatie elkaar niet uitsluiten, zoals dat het geval is in een 'privatieve' tegenstelling. Vervolgens betekent het dat de termen slechts in hun tegenstelling denkbaar zijn, en dat de tegenstelling niet ophefbaar is in een hogere synthese. Dat blijkt bij voorbeeld waar Rousseau in het Discours sur l'inégalité op het einde van het eerste deel zegt 'le tableau du véritable état de nature' te hebben beschreven, maar vervolgens duidelijk maakt dat de institutionele ongelijkheid van de cultuur enkel een ontzaglijke vergroting is van de natuurlijke ongelijkheid die er al was. Zij is dus niet de breuk met én de volstrekte tegenstelling tot het paradijs van de oorspronkelijke gelijkheid."

Ik moet hieruit concluderen, na hem zijn gelijk te geven, dat de Vlaamse cultuur niet meer bestaat, evenals de gelijkheid die het liberalisme tracht na te streven. Het is 'pervers' en ontoereikend om te spreken van een gelijkheid in de maatschappij zoals wij ze nu kennen. Deze is immers met het ontstaan van culturen vergaan, en een tweede keer na het vervallen van maatschappelijke harmonie, dat éénmalig is, vergaan. Het is ook onoverwogen om te spreken van een eigen cultuur en het behoud ervan als men het heeft over de huidige Vlaamse politiek. Spreken over cultuur is (maatschappelijk) verval, en het streven naar een cultuur die ons eigen is, is (maatschappelijk) verval.

Rousseau "er is buiten de cultuur geen instantie die de cultuur machtigt zichzelf als vooruitgang te bestempelen."

Rousseau noemt dit verval "een cultuur die zichzelf bij voorbaat tot vooruitgang uitroept"

Zulk verval is dus volgens Rousseau's vaststelling in feite een cultuur die haar 'natuurlijke' grondlaag waarop ze verder bouwt in feite ziet als iets dat te beheersen is, en niet als iets waar men geen macht over heeft. Of diepgaander, als iets waar over gedacht MOET worden, en waar men niet gewoon mee moet leven.

Rousseau : "Hoewel de cultuur dus altijde een zekere denaturering betekent, moet er ook een tijdlang in de 'wordende samenleving' een 'juist midden' hebben geheerst tussen zelfontwikkeling en eht luisteren naar de natuurlijke impulsen van zelfbehoud en natuurlijk mededogen"


Wij hebben onzen besten tijd dus gehad, als Vlaamse cultuur. En dat voelen we.
Het is volgens mij dus tijd voor een nieuwe samenleving. Een samenleving ontstaan uit verschillende culturen, die allen op zich, in Vlaanderen fictief zijn geworden of aan het worden zijn. Het multiculturalisme was het tegenwicht van het cultuurbehoud bij bepaalde cultuurgroepen. Beiden hebben gefaald. De mondialisering is de doodsteek voor elk traditioneel maatschappelijk systeem, of het nu dictatoriaal of democratisch is.

Als men nog ooit een 3de golf (de 1ste was bij het ontstaan van de cultuur, de 2de bij de cultuur vlak voor het verval) van maatschappelijke gelijkheid en maatschappelijke harmonie wilt bewerkstelligen, is het dus aangewezen af te stappen van maatschappelijk dictatoriale régimes, alsook af te stappen van maatschappelijk democratische regimes. Hier zijn verschillende oplossingen voor handen, maar slechts één lijkt me geschikt om in te lassen als efficiënt werkend kiessysteem voor deze maatschappijke bewerkstelling tussenin een tweede nu verlopen golf van maatschappelijke harmonie/gelijkheid en een derde golf (het doel an sich) van maatschappelijke harmonie/gelijkheid. Deze is de gemoderniseerde en geëmancipeerde versie van de Oude Griekse polis, omdat deze de enige is die gelijkheid kan creëren in een tijd waar nog nooit zoveel ongelijkheid is gezien, en dat is deze tijd, de tijd van de intrede van de globalisering en al haar kwalijke gevolgen...