02-04-08

Identiteit : Deel 2

Kritiek op het cultureel-links identarisme en het grootgrondgebiedelijk cultureel-rechts identarisme. Deze kritiek komt in DRIE delen.

decoration

Deel 1 : hier

Deel 2 : over kleinregionale culturele hegemonie (= culturele overheersing) als oplossing voor het niet te negeren feit van de menselijke kuddegeest en over het opwaarderen van de volksidentiteiten

Deel 3 : hier 

 

2. De identiteit dient een collectieve culturele hegemonie (= culturele overheersing) te zijn 

harde integratie

Zonder collectieve identiteit heersen er binnen één samenleving of levensgemeenschap natuurlijkerwijze verschillende collectieve identiteiten/culturen in een niet-hegemonie (omwille van ‘de menselijke kuddementaliteit’, een aspect dat nu eenmaal collectieve sociale structuren creëert). Deze verscheidenheid aan collectieve identiteiten binnen één samenleving zet de collectieven (culturele deelbevolkingen, groeperingen, etnische gemeenschappen) tegen elkaar op – net omwille van het feit dat een collectieve identiteit steeds streeft naar overheersing en verspreiding. Een niet-hegemonie van een bepaalde collectieve identiteit/cultuur zou dus ontaarden in een conflict binnenin de samenleving, waar verschillende kuddes elkaar zullen bestrijden, in meerdere of mindere mate. Dit is een pleidooi voor volksnationalisme, maar gebonden aan de voorwaarde van het streven een zo klein mogelijke regio waarin het volk haar culturele hegemonie (= culturele overheersing) laat gelden – doet er zich geen collectieve culturele hegemonie (en dus intercollectief intercultureel conflict) voor, dringt een verkleining van de culturele regio (staat) zich op, dringt separatisme zich op. Deze voorwaarde is de enige zienswijze die een oplossing biedt die zowel rekening houdt met de menselijke kuddenatuur die streeft naar overheersing van de eigen cultuur enerzijds, en die rekening houdt met het logische feit dat een al te groot grondgebied van de staat zal leiden tot een cultureel conflict binnen de staat. De kleine regio is de enige staatsvorm waarbinnen collectieve culturele hegemonie, en dus een afwezigheid van intercultureel conflict, mogelijk is. Culturele hegemonie/overheersing blijft een menselijke factor waar nu eenmaal rekening moet mee gehouden worden. Het is een dwaasheid van formaat deze constante en menselijke factor te negeren binnen het mensmaatschappelijk denken.

 

3. Het collectief van de collectieve identiteit dient minimaal te zijn.

kleinregionale vlaggen

Hoe kleiner de bevolking – en dus het grondgebied van de cultureel-soevereine deelstaat van het confederale grootgrondgebied – hoe kleiner de kans op intercultureel conflict binnen deze bevolking. Het collectief die een collectieve identiteit aanhangt dient dus minimaal te zijn. Deze redenering moet men koppelen als voorwaarde aan de taak om te streven naar doorgedreven separatisme; hoe meer lidstaten binnen de confederatie, hoe efficiënter een kleinregionaal harmonieus samenleven zal bewerkstelligd worden. Het ‘recht op vrij verkeer van het individu’ (dat louter een gevolg is uit het ‘Recht op Zelfbehoud’) binnen de confederatie en tussenin de cultureel-soevereine lidstaten zou toelaten het intercultureel-conflict op zelfs het kleinste grondgebied af te zwakken, mensen zullen gaan wonen waar gewoond wordt zoals ze willen wonen, waar een meerderheid voor een vorm van leven aanhangt die het cultureel-vluchtende of welzijns-zoekende individu ook aanhangt. Anderen zullen een verloren politieke strijd voeren voor het behoud van hun cultuur in de kleingrondgebiedelijke cultureel-soevereine deelstaat vermits het politiek systeem is gebaseerd op het harmoniseren van het samenleven voor de culturele meerderheid (wat kan verstaan worden onder de cultureel-autochtonen), zodat de identiteit van de weinige ‘cultureel-allochtonen’ geen politiek gevaar vormt voor de bevestiging, versterking, uitbouw en overheersing van de cultuur van de ‘cultureel-autochtonen’ – dit met het evidente ‘recht op het kunnen leven zoals men leven wil’ in gedachte houdende. De drang naar ‘de verspreiding van de eigen cultuur’ wordt niet alleen geremd, maar volledig gestopt via het ‘recht te kunnen leven zoals men leven wil’ van alle cultureel-soevereine deelstaten in de confederatie – het confederaal territorialiteitsbeginsel.

 

4. De Europese collectieve identiteiten dienen te worden opgewaardeerd, en niet afgebrokkeld

opwaardering identiteit

De Europese Unie streeft naar het ‘uitroeien van de volksgebonden identiteiten en culturen’ en naar het implementeren van ‘een unitaire Europese cultuur en identiteit op grootgrondgebiedelijke schaal’. Zoals eerder uitgelegd is dit een fantasietje dat nooit bewerkstelligd zal kunnen worden, vermits culturen en identiteiten nu eenmaal steeds streven naar overheersing en verspreiding. Volkse culturen en identiteiten vallen gewoonweg nooit of te nimmer uit te roeien, en om dezen nu net als ‘oorzaak van alle kwaad’ te aanschouwen is aldus niet echt hoopvol vermits men dan een zogenaamd ‘kwaad’ zal trachten uit te roeien dat gewoonweg niet uit te roeien valt (zoals eerder gesteld zal culturele onthechting immers een reactionaire identitaire strijd stimuleren). Het komt er dus op neer om dat wat Europa ‘het kwaad’ (volkse culturen en identiteiten) noemt en niet uit te roeien valt te laten bestaan, en deze culturen en identiteiten om te zetten in ‘iets goeds’. Dat heet constructief politiek denken.

Indien culturele onthechting het reactionaire (cultureel-rechtse) identitarisme net stimuleert zouden de vijanden van de volkse identiteiten en culturen (de multiculturalisten, globalisten en andersglobalisten) net moeten stoppen met culturele onthechting te stimuleren. De vijanden van volkse identiteiten en culturen zijn aldus in feite de voedbodem van hetgeen ze bestrijden; dat is allesbehalve constructief denken en handelen.

Ondertussen zouden de cultureel-rechtsen, de rationalisten en de culturalisten, alsook de maatschappelijk-harmonisten, moeten streven naar een versterking van de eigen cultuur en identiteit, omdat deze versterking de culturele onthechting tegenwerkt en maatschappelijke harmonie stimuleert – zij het in een nieuw politiek-geografisch systeem dat niet meer uitgaat van de Europese federale gecentraliseerde en grootgrondgebiedelijke gedachte, maar liefst zou uitgaan van een Europese confederale gedecentraliseerde gedachte waarbinnen de deelstaten zo veel mogelijk het doorgedreven separatisme aanhangen.

Deel 3 : hier 

De commentaren zijn gesloten.